roze

Ik heb er eigenlijk altijd een hekel aan gehad. Ik sta er bijna om bekend om een afkeer te hebben tegen deze kleur en ik schreeuw het nog net niet van de daken.
IK HAAT ROZE!
Echt een reden heb ik nooit kunnen bedenken. Misschien is het wel de associatie met het vrouwelijk geslacht.
De kleur van schattig zijn. De kleur van Barbie. Hartjes, wolken, brillen, meisjes en cupcakes. Cute! ^-^

Ik heb mij nooit een meisje meisje gevoeld. Ik hou van voetbal, drink bier, ga goed op mooie en snelle auto’s, heb een hekel aan ‘shoppen’ en stiekem voel ik mij aangetrokken tot vrouwelijk schoon.
Stiekem is een groot woord, want het is niet dat ik er een groot geheim van maak. Maar mannen houden bij mij de voorkeur. Snap je ook niet, he?

Make-up, gelakte nagels, romantiek en bloemen vind ik fantastisch! Maar roze… dat blijft toch wel een dingetje.
Het liefst draag ik zwarte kleding, of neutraal. Mij zal je er niet snel op betrappen iets roze aan te trekken, tenzij het toevallig de kleur van een bloem in de print is. Verstopt.
Maar toch heb ik mijzelf er regelmatig op betrapt de kleur in mijn make-up te verwerken. Het staat ook heel mooi bij mijn ogen. En toen ik gister mijn nagels lakte was de kleur toch meer roze dan beige en vond ik het eigenlijk best mooi.
Als mensen er dan een opmerking over maken zeg ik wel dat ik eigenlijk een hekel aan die kleur heb. Of als ik een foto op Instagram plaats met roze make-up zet ik met grote letters ‘I HATE PINK’ in de caption. Dan kan niemand mij daar op pakken.

Maar ik heb tieten en een vagijn. Dus ben ik roze. Toch?
Haat ik dan ook wie ik ben? Of is mijn aversie voor de kleur roze alleen maar een projectie van mijn onzekerheid en vastberadenheid niet te willen zijn zoals de rest van de vrouwen?

Georganiseerde chaos

Ik ben een chaoot. Dat zal ik nooit ontkennen. Ik doe 100 dingen tegelijk en maakt zelden echt iets af.
Misschien 20% van de projecten die ik start zijn ook daadwerkelijk succesvol. De rest blijft bij een opstart of soms zelfs alleen maar een idee dat ik opschrijf.

Ook de dagelijkse dingen gaan eigenlijk maar half bakken. Douchen, maar dan niet mijn haren föhnen. Koken, maar dan niet de boel opruimen. De was doen, maar dan niet opvouwen.
Met als gevolg dat ik met natte haren naar bed ga, een zooi in de keuken en een week of twee mijn kleding uit de wasmand plukken in plaats van uit de kast.

Af en toe maak ik mijzelf kwaad. Dan wil ik dingen afmaken. Dan ga ik opruimen, doe ik alles zoals ik in mijn hoofd vind dat het moet en föhn ik zelfs mijn haren na het douchen. Mijn huis ziet er uit alsof het een foto in de VT wonen is, bijna dan. Ik hou dit ongeveer drie dagen vol. Drie dagen. What the fuck?!

Die chaos werkt voor mij ook prima. Ik woon immers alleen dus er is niemand waar ik me aan hoef te verantwoorden, behalve aan mijzelf. Ik weet precies waar dingen liggen en als ik het niet weet dan weet ik wel waar ik moet zoeken. Het komt ook zelden voor dat ik dingen kwijt ben.

Toch voel ik me alsof ik heb gefaald als mens. Ik doe het niet zoals het hoort. Ik ben niet perfect en ik presteer eigenlijk zelden wat. Gek wel, dat ik dat nu zeg. Je zou dat eigenlijk pas kunnen beoordelen als je leven compleet is. Nou ja, laat dit dan mijn periodieke beoordeling zijn. Een 5,4. Net geen voldoende.

Ondanks dat die chaos voor mij ook werkt, is dat voor mij nog niet goed genoeg. Ik kan beter. Dat weet ik zeker. Want eens in de zoveel tijd gaat het drie dagen goed. Waarom kan het dan niet 365 dagen, in een jaar? Of 366 bij een schrikkeljaar? Waarom kan ik niet voldoen aan mijn eigen verwachtingen? Zijn die verwachtingen niet realistisch en haalbaar? Eis ik teveel van mijzelf?

Op mijn werkt gaat dat een stuk beter. Al mijn mails worden gecategoriseerd, archiveer afgehandelde zaken, heb een duidelijke mappen structuur en heb overzicht over alles wat er speelt.
Ik doe nog steeds 100 dingen tegelijk, maar weet ook hoe ik prioriteiten kan stellen.
Waarom kan ik die structuur niet aanbrengen in mijn privé leven?

Eigenlijk weet ik het antwoord op alle bovenstaande vragen wel. Maar onzekerheid heeft de macht. Twijfel neemt het over. Want uit die antwoorden ontstaan ook weer vragen. Die ik dan weer wil beantwoorden. It’s a never ending story. Chaos. Maar dan wel georganiseerd.

Adem in, adem uit. Ik ben goed zoals ik ben.